Coöperatie “Het Noorden”

De Coöperatieve Vereniging tot Exploitatie van Landbouwwerktuigen en Machines “Het Noorden” te Usquert

Voor, maar vooral direct na de tweede Wereldoorlog kwam langzaam maar zeker de mechanisatie op de gemengde bedrijven hier langs de zeedijken op gang. De lonen stegen geleidelijk. De niet zo honkvaste en streekgebonden werkers verdwenen naar het westen van ons land, want daar waren betere banen en de verdiensten hoger dan hier op ’t Hoogeland of in de stad Groningen. Er kwam personeelstekort op de boerderijen. Met steeds meer kostende arbeiders probeerde de boer z’n bedrijf van 100 % hand- en paardenwerk om te vormen naar meer machinewerk. Het aantal werkpaarden daalde spoedig en er ronkten steeds meer trekkers over het land. Oude merken, veelal met zeer eenvoudige petroleummotoren werden van bezienswaardigheden, bruikbare machines. Ploegen, cultivatoren, eggen, zelfbinders enz. werden over de kleine percelen gesleept door het wonder op meestal ijzeren wielen.

De mechanisatiekoorts en werktuigengekte greep om zich heen. Voor bijna elk handwerk werd naar een vervangende machine uitgekeken. Iedere dorpssmid was wel uitvinder of namaker van het een of andere apparaat. Ook sommige boeren bleken zeer constructief. Zo ontstond er van alles: bietentangen, bietenlichters, bietennetten, stekbietbultenbegravers, stekbietentrommels. Verbeteringen aan dorsapparatuur zoals zakkenheffer, schoventransporteur en kafblazer. Ook deed men wat aan com­fort. Houten trekkercabines, winterjassen met en zonder klapbare voorruit waren voor alle merken trekkers te koop. Toen de eerste trekkers (Ferguson en Ford Dearborn) met zijn hydraulica en dus ook hefinrichting op de markt kwamen, ging het nog sneller. Op iedere boerderij was wel een ruiterdrager voor vlas, stekbieten, graan enz. De eerste Kipwagens verschenen. Met hydraulica kon bijna alles en je zag de meest vreemdsoortige apparatuur voor het graven en opschonen van sloten. Dat was een uitkomst. Het ging steeds sneller. Ook grote machines braken door: maaidorsers op aftakas, met hulpmotor en ook zelfrijdend, getrokken velddorsers met aanbouwdraadpers gingen hun werk doen. De eerste aardappelzakkenrooiers en even later wagenrooiers moesten bewijzen dat de aardap­pels na hun “rabbeltocht” door de machines nog eetbaar en bewaarbaar waren. De eerste een- en meerrijige bietenrooiers (rijafstand 40 en/of 44 cm, later pas 50 cm.) verschenen.

Sproeimachines doorliepen een snelle modernisering. Van een houten vat op wielen door een paard getrokken met een klein motortje voor de pomp, tot zelfrijdend met bredere spuitbomen. Ook de sproeimiddelen verbeterden snel. Bourgondische pap, DDT, kwik en andere zware middelen kwamen snel en verdwenen langzaam. Het poten en zaaien werd ook steeds meer gemechaniseerd. Vooral het zware handmatige kunsmeststrooiwerk werd door b.v. schotel- en centrifugaalstrooiers enorm verlicht. Vlasplukkers, zwadmaaiers, sproeimachines en meer van dergelijke machines hadden een veel grotere capaciteit dan voor een boer nodig was. Vandaar dat men ging samenwerken. De eerste werktuigencoöperaties werden opgericht. (jaren ’50). Al veel eerder, ver voor de oorlog, waren de dorsverenigingen opge­richt. leder dorp had wel zo’n vereniging en/of loondorsbe­drijf. Uit deze bedrijven zijn vaak loonwerkers ontstaan en uit de dorsverenigingen de werktuigenverenigingen.

Onder Usquert bestonden vlak na de oorlog een sproeivereniging, 2 vlasplukcombinaties, 2 dorsverenigingen en andere kleine combinaties. Het aantal bruikbare machines bleef snel stijgen en er kwamen gedachten op gang om kleinere clubjes met 1 of 2 machines samen te voegen tot grotere coöperaties en een daar­van was de “Coöperatieve Vereniging tot Exploitatie van Landbouwwerktuigen en Machines GA” te Usquert opgericht op 12 juli 1954.

Uit de notulen van deze vereniging van 2 juni ’55 blijkt dat vrijwel alleen sproeiwerk wordt verricht, en dat er toen ook al sprake was van schade. Er wordt onder voorzitterschap van de heer K.P. Zuideveld om een verbandschrift op te maken, ondertekend door alle leden, zodat iedere landbouwer, op wiens bedrijf gesproeid wordt, hiervoor persoonlijk aansprakelijk is. Verder blijkt uit de notulen van 1955 dat alle voorstellen van het bestuur voor aanschaf nieuwe machines o.a. een loofklapmachine werden getorpedeerd.

Het volgende jaar probeert het bestuur op de eenmalige jaar­lijkse vergadering opnieuw tot de aanschaf van o.a. de loof­klapper en een trekker te komen. Er wordt besloten om hiervoor aan het eind van 1956 nog eens bij elkaar te komen en waarachtig, na eeuwige besprekingen, aldus de secretaris, de heer B.H. Perdok, lukt dat, hoewel het moeilijk zal zijn aan alle door de leden geuite wenschen te voldoen.

In 1957, ook weer op de eenmalige jaarlijkse vergadering blijkt dat de loofklapper weer zal worden gehuurd evenals vorig jaar, dus tot aankoop is in 1956 niet overgegaan. Wel wordt een drainageschoonmaakmachine aangeschaft. Evenals voorgaande jaren wordt de heer J.S. Siertsema weer als administrateur benoemd voor f450,– per jaar.

1958 is een zeer rustig jaar, er wordt niets gekocht, alleen wordt er een eigen risico van f150,– vastgesteld voor sproei­schade, en daar draait het lid voor op en niet de vereniging. De discussie over dit agendapunt was ruim avondvullend schrijft de secretaris.

In 1959 wordt nog steeds de loofklapper gehuurd.Verder wordt er dit jaar de Cormick D430 trekker omgeruild voor een veel zwaardere nl. een D439. Ook in 1960 wordt nog steeds dezelfde loofklapper gehuurd, evenals een zwadmaaier. De administratie is zoals vele jaren in handen van onze caféhouder J.S.Siertsema voor f450,– + 1% van de omzet met ingang van het volgende jaar.

In 1961 staat de aankoop van een nieuwe sproeitrekker centraal. Het bestuur stelt een Cormick D217 voor, met bovenlig­gende stuurinrichting en hoog op de wielen, dus ook geschikter voor stekbieten en bonen. De leden gaan akkoord. Er wordt echter een Fiat 211R aangeschaft omdat de Cormick uit de productie was genomen.

1962 is een jaar waarin veel nieuwe machines worden besproken o.a spitmachine, zwadverlegger, stekbietenbegraafmachine en voor het eerst wordt ook de precisiezaaimachine genoemd. Er wordt echter niets aangeschaft. Uit de notulen blijkt verder dat het secretariaat overgegaan is van de heer B.H. Perdok naar de heer P.K.Hopma Zijlema en er staat te lezen dat niet alle leden de machines van de vereniging gebruiken, maar de service van een loonwerker hoger waarderen. Voorzitter K.P. Zuideveld wijst op de grote deskundigheid en het accurate werken van de heer Stoppels als sproeier van de vereniging.

1963 (het elfstedenjaar en de moord op Kennedy) is het jaar van veel vergaderingen en uitvoerige discussies over gebruiks­plicht van machines. Op iedere vergadering komt artikel 37 lid 3 wel aan de orde.Er is duidelijk ernstig verschil van mening over het voortbestaan van de vereniging. Ook met het aangaan van geldleningen komt gebruiksplicht en aansprakelijkheid naar voren. Een aantal leden is hier fel op tegen en dreigt uit te stappen.

Begin 1964 wordt er intensief vergaderd met en zonder notaris Imminga. De leden zijn iedere keer vrijwel allen present want het uur van de waarheid nadert. In Warffum is men in deze periode ook druk doende een werktuigenvereniging nieuwe stijl op te richten. Na overleg met deze club, waarvan al de nieuwe statuten gereed zijn. Na veel gepraat wordt op 12 februari’64 tot oprichting van “Het Noorden” te Usquert over gegaan. 5 leden van de oude vereniging stappen op en 27 leden met 1658 ha gaan van start. Het bestuur bestaande uit de heren K.P.Zui­develd, K.A.Werkman, H.C.Bos, G.J.Kruizinga,en P.K.Hopma Zijlema steekt veel energie in de nieuwe club en vergaderen in 1964 meer dan 50 keer.

Het startjaar wordt begunstigd door een fraaie zomer en herfst. Elke dag maar weer droog en zonnig en alle werkzaamhe­den worden vlot uitgevoerd door bedrijfsleider Bos uit Uit­huizen en 4 medewerkers: Stoppels, Bos, Haan en van Houten. Er is ruim tijd beschikbaar om mee te helpen terrein en loods in te richten. Het bestuur koopt voor f5000,– een perceel grond van Jan Hoek (ol peerdeslachter) aan de Wadwerderweg groot 13.63 are, met een lengte van ± 90 meter en een breedte van ± 14 meter. Er stond een dubbele arbeidersbehuizing op. De loods wordt een Romneyloods (golf- en lichtplaten) van 60 bij 11 meter, voor de prijs van f21860,–, gebouwd binnen een week door de Fa. Bosman uit Berg en Dal. Het gemeentebestuur van Usquert is niet enthousiast, maar wil ook niet tegenwerken, vandaar dat al op 15 mei burgemeester Dijkema de officiële opening van de loods kan verrichten. Dat geschiedde op een ludieke manier: De burgervader reed op een trekker recht op de grote schuifdeuren af. Via een ingewikkeld systeem van touwen en katrollen zouden de beide schuifdeuren open moeten gaan. De burgemeester ging echter met zo’n schok van start dat de hele constructie knapte en de openrijhandeling enige tijd moest worden uitgesteld vanwege algehele revisie. Na een half uur werkte alles weer prima en kon de loods door leden en genodig­den worden bekeken. Hier en daar stonden een paar kleine machines op het verse beton te zwemmen in de ruimte. Deze loods was op de groei berekend,volgens de voorzitter. Helemaal vol zou hij wel nooit worden. Maar “len roemte was ’t goud te weez’n”. Vandaar deze 7 are grote loods met achterin een werkplaats. Nadeel van deze bouwwijze was, in de achterwand zat geen toegangsdeur voor machines. Dus alles moet door het middenpad naar de werkplaats voor reparatie.

Voor de aanschaf van loods, terrein en machines werd een lening van f99.000,– tegen 5,25% rente aangegaan met een looptijd van 10 jaar.

Verder werd er een lopende rekening geopend tegen een rente van 5,75%.

Een greep uit het machinepark eind 1964:

Cormick 439Howard frees 1,75 m.
Ferguson 653 Unika mestwagens tevens loswagens
Fiat 411Cramer 4 rij hefpootmachine
Ferguson 35schoffelapparaat
hooischudder 4 m.2 Stanhey precisiezaaimachine 3 m.
maaibalk6 rijige Volvo bietenrooier
2 gebruikte Union vlaspukkers12 rijige Hilleshög bietenlader
  
(De vlasplukkers voor f3000,– totaal van de vlasplukcombinatie Usquert-Warffum met verplichte overname van de touwvoorraad en reserveonderdelen tegen kostprijs.)
  
grondwerper Lourenszelfrijdende Depoortere vlasplukker
2 schaar wentelploeg7 stoppelploeg
1 plantenpootmachine Löwe1 zelfrijdende zwadmaaier Vink
2 loofklappers 2 rijig2 rijige krakei aardappelrooier voor los op de wagen
1 rijige Grimme zakkenrooier

Uit het jaarverslag van 1964 blijkt dat het eerste jaar financieel wordt afgesloten met een winst van f7577,35. Verder meldt de voorzitter dat de suikerfabrieken met de bietenlevering het komende jaar de beide Volvo’s van onze vereniging zullen volgen voor een constante afvoer.

In de herfst van 1964 worden de OK-pompen met tanks geplaatst. De totale investeringen in het startjaar zijn wat uitgelopen en bedroegen f245.000,–. De omzet was f131.000,–. Per ha. betekende dat f79,43 en per lid van de vereniging een variatie van f32,54 tot f223,13 per ha. Een fors verschil aldus de secretaris.

Enkele tarieven:

  • cultiveren incl. trekker met chauffeur f15,75/uur
  • frezen incl. trekker met chauffeur f19,–/uur
  • bieten schoffelen incl. trekker met chauffeur f13,–/uur
  • bieten zaaien + sproeien incl. middel f80,–/uur
  • verhuur trekker zonder bediening incl.. brandstof f6,–/uur.

In december 1964 krijgt ” Het Noorden” een zwaar verlies te incasseren. De heer P.K. Hopma Zijlema overlijdt plotseling en met hem gaat er een gedreven secretaris, een echte coöperator met veel inzicht en bestuurskracht heen.

In 1964 werd Jaap Nienhuis gevraagd om bedrijfsleider te worden van deze coöperatie. Hij bleef dit tot aan de VUT in 1994 doen.

Tijdens deze periode heeft er in 19.. een brand gewoed. Het was een warme dag in het eerste weekend van juli, toen nog het weekend van de Usquerder kermis. De sirene aan het gemeentehuis van Berlage loeide en de brandweerauto probeerde zo snel mogelijk ter plekke te komen. Dit lukte niet goed vanwege een afgesloten straat met kermistenten.

Jaap Nienhuis had een driedubbele rol. Organisatie kermis, brandweerman en bedrijfsleider van de in brand staande werktuigenvereniging

In 2001 kwam er een einde aan de coöperatie en is de loods aan de Wadwerderweg in 2002 gesloopt.